In het onderwijs gaan steeds meer stemmen op voor een wettelijk verbod op het gebruik van mobiele telefoons door leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs.
Het Ministerie van Onderwijs heeft het tot op heden gehouden bij een afspraak met de verschillende sectorpartijen zonder wettelijke basis.
Mobiele telefoons en andere devices zijn niet toegestaan in de klas, tenzij ze educatief worden gebruikt tijdens de les, zo luidt die afspraak.
Beter Onderwijs Nederland (BON) heeft met een ledenenquête onderzocht of het verbieden van mobiele telefoons een goede stap is om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.
Uit die enquête blijkt dat een grote meerderheid van 87% van de gepeilde leden voorstander is van een wettelijk verbod op het gebruik van mobiele telefoons door leerlingen binnen het onderwijs.
Deze leden willen dus verder gaan dan de genoemde afspraak en mobiele telefoons dus helemaal van school weren.
Pikante details
Een pikant detail is misschien dat 40% van de ondervraagde leden van BON helemaal niet binnen het voortgezet onderwijs werkzaam is en de enquête dus geen uitspraak doet over de mening van alleen die 60% van de ondervraagden die wél binnen het voortgezet onderwijs werkzaam is.
Een misschien even pikant detail is dat de steekproeflengte onder de docenten binnen het voortgezet onderwijs slechts 202 bedraagt.
Voeg dat bij het feit dat vooral de zeer behoudende docent lid is van BON en trek dan uw eigen conclusie over de statistische waarde van deze enquête.
Verontrusting
Ik dacht dat ik als stokoude wiskundeleraar ondertussen wel zou zijn toegetreden tot de garde van stoffige, zure en tot op het bot behoudende docenten.
Maar niets is klaarblijkelijk minder waar.
Ik moet concluderen dat, hoe je ook denkt over de enquête van BON, een flink deel van mijn geachte collega's binnen het onderwijs een flinke wig wenst te drijven tussen onderwijs en maatschappij en een in potentie prachtig onderwijs leermiddel om zeep wenst te brengen.
Ik vind dat enorm verontrustend.
Déjà vu
Toen ik in 1973 vol trots aan mijn natuurkundedocent mijn duur betaalde elektronische calculator liet zien, kreeg de arme man bijkans een hartaanval.
Telefonisch verordonneerde hij bij mijn vader de onmiddellijke inbeslagname van het apparaat en op school vaardigde hij als conrector een absoluut verbod tegen die volgens hem hersenverwekende apparaten uit.
Zijn voorbeeld werd gretig op andere scholen gevolgd en gedurende een flink aantal jaren werd een in potentie geweldig leermiddel binnen het onderwijs geblokkeerd.
Leerlingen moesten zich nog jaren behelpen met rammelende rekenlinialen en smoezelige tabellenboekjes.
In mijn optiek wordt thans het overtuigende bewijs geleverd dat de ezels onder de BON-leden in de minderheid zijn.
Die edele dieren stoten zich immers geen twee maal aan dezelfde steen.
Hindernis of hulpmiddel
Ik heb er uiteraard oog voor dat de mobiele telefoon in de klas een hindernis kan zijn.
In mijn klas is dat echter zelden het geval.
Dat komt domweg doordat ik mobieltjes in mijn klaslokaal niet verbied.
Een verbod is niet zelden een zwakke maatregel die slechts uitnodigt tot strijd en heimelijk gedrag.
Ik zal het u sterker vertellen.
Ik
verplicht, met een glimlach, mijn leerlingen om hun mobieltje bij zich te hebben en op tafel neer te leggen.
Het is namelijk een prachtig onderwijs leermiddel.
Dat leg ik ze uit, laat ik ze zien en snappen ze zelf trouwens ook al lang.
Als mijn leerlingen een keer hun boek vergeten zijn, behelpen zij zich in een oogwenk met foto's die zij van bladzijden uit het boek van een medeleerling maken.
En als ze een keer hun rekenmachine vergeten zijn, dan hebben mijn leerlingen gelukkig hun mobieltje nog.
Na mijn klassikale uitleg halen de leerlingen de door mij gepubliceerde borden met hun mobieltje snel even op.
Als mijn leerlingen een vraag hebben, proberen zij eerst op internet een antwoord te vinden.
Mijn leerlingen zoeken onder andere op examenblad.nl vaak geschikte oefensommen op.
En ook ChatGPT wordt, ondanks de huidige tekortkomingen, een steeds waardevoller instrument.
De juiste klik
Een groot cognitief bereik is een kostbaar bezit van iedere docent.
Als een docent een klas zo weet aan te spreken dat er snel een bijna algemeen begrip ontstaat, dan functioneert deze docent fantastisch.
Helaas kent het cognitief bereik van iedere docent zijn beperkingen en kost het vaak veel tijd om ook de laatste leerlingen het juiste begrip bij te brengen.
Hierbij geldt bij benadering de 80-20 regel: in 20% van de tijd bereikt u 80% van de leerlingen en het bereiken van die laatste 20% van de leerlingen kost u 80% van uw tijd.
Klassikaal moet u die laatste 20% niet proberen te bereiken, want voor de individuele benadering van die laatste 20% van de leerlingen heeft de docent vaak onvoldoende tijd.
Gelukkig kunnen mijn leerlingen op hun mobieltje via YouTube tegenwoordig sites en filmpjes van docenten met de juiste cognitieve 'klik' vinden.
Die door mij zeer gewaardeerde YouTube collega's zorgen ervoor dat mijn lessen in het vereiste tempo kunnen verlopen en ik voldoende tijd heb om mijn leerlingen ook individueel bij te
staan.
Reflectie
Het zal u ondertussen duidelijk zijn: ik ben een warm voorstander van het toestaan van mobiele telefoons in de klas en van het incorporeren van die apparaten in het onderwijs.
Een verbod vormt in mijn ogen een oliedomme verstarring van het onderwijs.
Een verstarring die een wig drijft in de aansluiting van het onderwijs met de maatschappij en veel kansen blokkeert.
Collega's die het misbruik van die apparaten in de klas niet voldoende weten te voorkomen, moeten dat probleem niet met een algeheel verbod proberen af te schuiven op de schouders van hun leerlingen.
In plaats hiervan kunnen zij misschien beter reflecteren op hun onvermogen.
Als je als docent het misbruik van mobieltjes in je klas niet weet te voorkomen, dan mankeert er wellicht iets aan je lespraktijk.
Ton Groeneveld