Ik krijg bij herhaling de indruk dat er bij de regelgeving rond de
wiskunde-examens onvoldoende rekening wordt gehouden met de ontwikkeling
van de technische mogelijkheden van toegestane hulpmiddelen. Bij ZoomMath
is een gat in de regelgeving nog op het laatste moment gedicht. Maar nu
krijg ik de indruk dat er ook regelgeving achteraf, na afloop
van het examen, wordt "bijgebogen".
Een voorbeeld. Bij vraag 12 van het vwo examen wiskunde B van dit jaar
wordt gevraagd te
bewijzen dat twee lijnstukken even lang zijn.
En wat onder "bewijzen" moet worden verstaan, is duidelijk in de syllabus
te vinden:
"Een redenering en/of exacte berekening waaruit de juistheid van het
gestelde blijkt. In het algemeen geldt dat het gestelde controleren door
middel van een of meer voorbeelden niet voldoet."
En wat een
exacte berekening is, wordt verderop in de syllabus
ook precies geformuleerd:
"Stap voor stap, zonder gebruik te maken van specifieke opties en de
grafische mogelijkheden van de grafische rekenmachine; de antwoorden
mogen niet benaderd worden.
Uit de formulering blijkt dat een rekenmachine wel mag worden gebruikt
zolang de kandidaat maar geen gebruik maakt van de speciale mogelijkheden
van dat apparaat.
Geen tussenstappen
Tijdens het bewijs van opdracht 12 van het examen wiskunde B vwo moet op
een gegeven moment de conclusie worden getrokken dat geldt:
Veel niet grafische, in de onderbouw gebruikte en ook bij het examen
toegestane rekenmachines vereenvoudigen deze wortelvorm zonder problemen.
Sommige grafische rekenmachines doen dat in de "rekenmodus" ook.
Sommige noteerden in het examen deze gelijkheid dan ook
zonder verdere tussenstappen. Ze hadden bij hun bewijs immers geen
gebruik gemaakt van de niet toegestane opties van de
rekenmachine.
Dat was niet de bedoeling
Maar in het correctiemodel krijgen leerlingen voor de algebraïsche
uitwerking (vierde bolletje) twee punten. Punten die mogelijk niet
toegekend mogen worden wanneer de in het correctievoorschrift
opgenomen tussenstappen niet door de kandidaat worden genoteerd.
Klaarblijkelijk was het niet de bedoeling dat de kandidaten hun
rekenmachine hier inzetten, ook al is dat volgens de syllabus
wel toegestaan.
Ik vermoed dat veel collega's en examenmakers niet goed
weten wat er tegenwoordig op "gewone" rekenmachines allemaal mogelijk
is. Dit ondanks het feit dat er toch redelijk wat reclame
is gemaakt met bijvoorbeeld de mogelijkheid van het herleiden van
wortelvormen op deze apparaten. En nu dreigt onder het mom "dat was niet de
bedoeling" het rechtmatig gebruik van de rekenmachine achteraf alsnog
afgekeurd te worden.
Soms wel en soms niet toegestaan
Het bewijs dat in opgave 5 van hetzelfde examen wordt gevraagd, kan eveneens
met de op de meeste "gewone" rekenmachines in te toetsen berekening ...
... worden afgerond. Het is misschien niet fraai maar het werkt wel.
Volgens het correctievoorschrift (tweede uitwerking, derde bolletje)
is hier een vergelijkbare algebraïsche afleiding niet vereist en mag
het punt gewoon worden toegekend. Hier wordt het gebruik van de
rekenmachine voor de herleiding niet bestraft.
Zwart op wit
Als men het gebruik van bepaalde "gewone" functies van de
rekenmachine wil verbieden teneinde een algebraïsche afleiding
bij de kandidaat te forceren, dan moet de syllabus hierop ruim
van te voren worden aangepast. Het moet zwart op wit te vinden
zijn zodat kandidaten en docenten zich hierop goed kunnen
voorbereiden.
Het achteraf aanscherpen van de regels, zoals door het
correctievoorschrift van dit examen impliciet wordt gesuggereerd,
lijkt mij onaanvaardbaar.
Gerard Koolstra